Sporters in de stad

Roeier Gerritjan Eggenkamp is de mentor van atlete Loreanne Kuhurima in de eerste jaren van haar veelbelovende sportcarrière. Beiden zijn het erover eens dat de sport een zichtbare rol moet gaan vervullen op het nieuwe Stadionplein. “Misschien helpt dat om de Spelen ooit weer hierheen te halen.”
Door Flip van Doorn

Weinig sportclubs hebben zo’n benijdenswaardige thuisbasis als de Amsterdamse atletiekvereniging Phanos. De leden trainen in het Olympisch Stadion, hun kantine ligt verstopt in de catacomben van de monumentale sporttempel. Vertrouwd terrein voor atlete Loreanne Kuhurima. Ze is een van de aanstormende talenten op de sprintnummers, zestien jaar jong, en woont in Amsterdam-Osdorp. Haar sportieve mentor Gerritjan Eggenkamp heeft een iets minder hechte band met het stadion. Hij trainde op de nabijgelegen Bosbaan en vierde zijn triomfen op het water, met als hoogtepunt een zilveren medaille met de Holland Acht op de Olympische Spelen van 2004 in Athene. Als eerste Nederlandse deelnemer ooit roeide hij bovendien de klassieke Boat Race tussen de universiteiten van Oxford en Cambridge, die hij met zijn team van Oxford wist te winnen.

Eggenkamp-Kuhurima 2.jpg
Foto: Joris van Egmond

Ervaring
Een hardloopster van 16 en een voormalige toproeier van 32, samen vormen ze een van de koppels van Sporttop. ‘Big G’ Eggenkamp begeleidt Kuhurima in de eerste jaren van haar sportcarrière. “De eerste keer dat ik naar de Olympische Spelen ging, was ik in die andere sporters niet geïnteresseerd,” herinnert Eggenkamp zich. “Dat waren naar mijn idee allemaal prutsers. Ik weet nog goed dat ik in het Olympisch Dorp aankwam; ik vond iedereen maar dik. Van atletiek wist ik niet veel meer dan wat ik op televisie zag.” Toch zijn er veel dingen waar alle sporters mee te maken krijgen, onafhankelijk van de tak van sport die ze beoefenen. Sporttop brengt daarom bewust sporters uit verschillende disciplines bij elkaar. Omgaan met druk, met tegenslagen of met de pers, het voorkomen van blessures; Eggenkamp kent het klappen van de zweep en kan Kuhurima laten profiteren van zijn ervaring. “Loreanne kan bij mij terecht, al heeft ze op dit moment nog weinig concrete vragen. Die komen vanzelf, waarschijnlijk op momenten dat ze voor het eerst met tegenslag in aanraking komt. In het begin gaan de carrières van de meeste talenten van een leien dakje. Maar als je jezelf een keer flink tegenkomt, dan gaat het ineens niet meer zo vanzelf. Toch zijn juist dat de momenten die je definiëren als sporter.”

Stadionplein
Aan het Johan Cruyff College volgt Kuhurima de opleiding marketing en communicatie. In het Olympisch Stadion komt ze eigenlijk alleen nog voor wedstrijden. Hoe jong ze ook is, ze werkt een strak programma af. Trainen doet ze zes keer per week. Elke week stapt ze drie keer op de trein naar Arnhem, waar ze op het Nationaal Sport Centrum Papendal onder andere met de nationale juniorenselectie traint. “Maar ik vind het wel mooi dat de baan in het Olympisch Stadion weer gebruikt wordt. En het is natuurlijk prachtig om hier een wedstrijd te mogen lopen.” Het Stadionplein is voor beide sporters weinig meer of minder dan voor andere Amsterdammers. “Ik fiets hier vaak langs,” zegt Eggenkamp, “en ik kom nog wel eens bij de Febo.” Kuhurima grinnikt: “Jij ook?” Ze zijn het erover eens dat het plein niet zou moeten worden volgebouwd. Eggenkamp: “Je kunt vanaf het stadion een flink eind de stad in kijken, die zichtas is heel bijzonder. Dat is ooit zo bedoeld door de architect, dus dat moet je proberen te bewaren. Het is prachtig dat dit stadion er nog staat, dat het als monument is behouden. Het maakt de sport in de stad zichtbaar, en misschien helpt dat om de Spelen ooit weer hierheen te halen. Wat dat betreft lijkt het me een goed idee om op het plein sportveldjes aan te leggen. Maar de Febo moet dan ook een goede plek moet krijgen.”

Record
Kuhurima hoopt zich te kwalificeren voor de Wereldkampioenschappen atletiek voor junioren, die dit jaar in juli in Polen worden gehouden. In de gang bij de kantine van Phanos hangen diploma’s van een van haar voorbeelden. Fanny Blankers-Koen was de beste Nederlandse hardloopster ooit; de ‘vliegende huisvrouw’ pakte in 1948 vier gouden medailles op de Olympische Spelen. Haar clubrecord op de 100 meter is sinds dat jaar onaangetast gebleven. Eggenkamp vindt dat Kuhurima de 11,5 seconden van Fanny Blankers-Koen binnen een paar jaar uit de boeken moet kunnen lopen. De jonge atlete zelf is bescheiden. “Ik heb mij tot nu toe elk jaar verbeterd. Mijn persoonlijk record staat nu op 12 seconden rond, maar het wordt steeds moeilijker dat te verbeteren.” Haar grootste concurrente is clubgenote Jamile Samuel. “Zij heeft al eens 11,8 gelopen. We jutten elkaar op, willen altijd van elkaar winnen. Samen zitten we bij de estafetteploeg van de nationale juniorenselectie.”

Pieken
Kuhurima is een echte sprintster, ze moet het hebben van haar explosiviteit. “Ik kom altijd goed uit de startblokken, pak mijn winst in de eerste vijftig meter.” Dat maakt haar echter ook blessuregevoelig. “En dat is één van de terreinen waarop ze iets van mij zou kunnen leren,” vertelt Eggenkamp. “Ik heb veel blessures gehad omdat ik niet altijd goed naar mijn lichaam luisterde en te hard trainde.” Hij bewondert het vermogen van Kuhurima om op het juiste moment te pieken. “Jij bent in de wedstrijd beter dan op de training. Ik heb dat heel lang andersom gehad, het heeft een tijd geduurd voordat ik doorhad hoe ik tijdens wedstrijden op mijn best kon zijn.” Kan hij zo ook nog iets leren van zijn pupil? “Ik ben een half jaar geleden gestopt met de wedstrijdsport. Maar ik wil nu een marathon gaan lopen, misschien kan Loreanne me nog tips geven.”


Sporttop

Sporttop is een initiatief van ex-schaatser Jochem Uytdehaage. Ervaren topsporters begeleiden jonge talenten van tussen de veertien en achttien jaar, beantwoorden hun vragen en geven adviezen. Elke jonge sporter die deelneemt, krijgt een mentor. De mentoren hebben zelf op het hoogste niveau gepresteerd, zijn soms zelf nog actief, en weten waar talenten mee te maken kunnen krijgen.