Stedelijke landbouw
Als je ervan uitgaat dat het verbouwen van voedsel alleen op het platteland plaatsvindt, dan heb je het goed mis. Na tientallen jaren buiten de stad in afzondering te hebben doorgebracht, komt de landbouw weer terug binnen de stadsgrenzen. Hoewel het decennialang een karakteristiek beeld was in veel zich ontwikkelende steden, is stedelijke landbouw pas in de afgelopen vijftien jaar ontdekt door planologen en architecten. Het blijkt een uiterst strategisch middel om ‘duurzame’ steden te bouwen.Door: Debra Solomon
De grootste uitdaging van de stedelijke landbouw is integreren met de stadsplanologie en de infrastructuur, op zo’n manier dat stedelingen er ook van kunnen profiteren. Stedelijke landbouw is een aanvulling op de plattelandse agricultuur en zorgt voor een verhoogde efficiëntie van het nationale voedselsysteem door het direct leveren van bederfelijke waar, zoals groenten, verse melk en gevogelte, aan dichtbevolkte gebieden. Daarmee worden de ‘voedselkilometers’, de afstand tussen veld en vork, sterk verkort en ontstaat tevens een variëteit aan werk en inkomen in de steden.
• In Dar es Salaam (Tanzania) maakt stedelijke landbouw minstens 60 procent uit van de informele werkgelegenheidssector, waarmee het de op twee na grootste werkverschaffer is (20%). In 1991 werd de gemiddelde jaarlijkse winst van een ‘stedelijke boer’ geschat op eenzesde van een minimum jaarsalaris.
• In Addis Abeba (Ethiopië) kunnen zelfs de meest kleinschalige ‘achtertuinboeren’ grote winsten behalen.
• In het Nairobi van de vroege jaren negentig zorgde stedelijke landbouw voor de hoogste verdiensten van alle kleinschalige ondernemingen en tevens voor het derde hoogste inkomen van heel stedelijk Kenia.
• In Mexico Stad kan de productie van varkensvlees leiden tot een verbetering van 10-40% van het inkomen, bij groenteproductie is dat zelfs 80 % en bij de productie van koeienmelk liefst 100%.
Dat zijn nog eens cijfers! Afgezien van de economische voordelen voor stadsboeren, stimuleert stedelijke landbouw de ontwikkeling van microbedrijfjes die zich bijvoorbeeld bezighouden met het verzamelen en composteren van stadsafval, het produceren van organische pesticiden, het vervaardigen van gereedschap en het verzorgen van watertoevoer. Stedelijke landbouw is zo meteen een oplossing voor afvalverwerking, omdat het stedelijk afval wordt omgezet in een grondstof voor voedselproductie. Stedelijke landbouw kan een stad tevens ‘groener’ maken door lege en ongebruikte plekken te transformeren tot groene zones met marges die vrij zijn van bebouwing. Ook heeft het een positieve invloed op het stedelijke microklimaat voor wat betreft schaduw, temperatuur en uitstoot van CO2.
Lichtend voorbeeld Cuba
Hét voorbeeld van succesvolle stedelijke landbouw is Cuba. In de jaren negentig kwam het eiland in een diepe economische crisis terecht toen het in de uiteengevallen Sovjet Unie zijn grootste exportcliënt (80%) én z’n grootste leverancier van benzine en kunstmest kwijtraakte. Tot dan toe importeerde Cuba 100% van zijn graan, 57% van zijn kilocalorieën, 48% van zijn kunstmest en 97% van zijn diervoeder. Op het hoogtepunt van de crisis was de voedselvoorraad in Cuba gereduceerd met liefst 70%. Als reactie op deze kritieke situatie ontstonden spontaan individuele initiatieven tot stedelijke landbouw, later gesteund door de overheid. Binnen een jaar maande de Cubaanse overheid haar burgers om ieder geschikt stukje land te gebruiken voor het verbouwen van voedsel; de overheid stimuleerde dit door burgers toegang te geven tot landbouwkundige onderzoeken, workshops en alle mogelijke manieren van infrastructurele hulp.
Cuba was vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw al aan het investeren in sterke netwerken tussen wetenschap en landbouw. Een van de vaakst genoemde redenen voor het enorme succes van stedelijke landbouw is de ontwikkelde, goed opgeleide stedelijke bevolking, die openstond voor het idee van landbouw in de stad en bereid was deel te nemen aan dit netwerk. Tegenwoordig wordt Cuba beschouwd als een levendig voorbeeld van hoe kleine stadsboerderijtjes en tuinbouwcollectieven een belangrijk aandeel kunnen leveren in de voedselvoorziening, ondanks grote energietekorten of financiële crises.
Het Voortdurend Productieve Stedelijke Landschap (VPSL)
Het Londense architectenbureau Bohn & Viljoen pleit ervoor om stedelijke landbouw ook te ontwikkelen in Europese steden en schetst in een aantal scenario’s hoe dit geïmplementeerd kan worden in een Europese context. In hun boek CPULs. Continuous Productive Urban Landscapes: designing urban agriculture for sustainable cities stellen Bohn & Viljoen voor om van productieve stadslandschappen doorlopende ruimtes te maken. Deze nieuwe stedelijke ontwerpstrategie zou steden een tot nu toe ongekende naturalistische uitstraling geven. Daarbij valt te denken aan kleinschalige, professionele stadslandbouw, mooi ontworpen volkstuintjes, verhoogde biodiversiteit, informele microbedrijfjes, afname van kooldioxide-uitstoot, uitgebreide autovrije passages en strategisch met elkaar verbonden groene ruimtes.
Bohn & Viljoen bespreken de voordelen en mogelijke bezwaren van hun VPSL-voorstel en komen met krachtige strategieën om een stedelijk landgebruikbeleid te creëren dat het stedelijke ‘groen’ en ‘bruin’ beschouwt als productieve elementen, waarbij niet-bebouwde plekken even intensief functioneren in het stadsweefsel als de bebouwde.
Door het verweven van landbouwzones met het reeds bestaande stedelijke groen en bruin, met boerenmarkten en met recreatieruimtes, wordt het menselijk welzijn in dit plan de centrale onderscheidende en zelfs zeer verleidelijke factor. Bohn & Viljoen wijzen erop dat, hoewel Europese steden op zeer verschillende wijze gebruik maken van de open ruimte – van stadsparken en rivieroevers tot pleinen, stadsbosjes en stadsstranden – er tot dusver nog geen stedelijke velden zijn. Het kweken en verbouwen van voedsel in de huidige stedelijke ruimte zou de VPSL’s formeel en programmatisch gezien gelijkstellen aan stadsparken.
Een aantal positieve aspecten van stedelijke landbouw behelst onder meer toegang tot gezonder voedsel, een potentieel actievere levensstijl, een grotere voedselonafhankelijkheid, een gevoel van verbondenheid met plaats en product en een opleving van de lokale identiteit. Het is een inspirerende gedachte dat landschapsarchitectuur een centrale rol kan spelen bij het ontwerpen van een toekomst waarin de stedelijke voedselvoorziening een niet te missen impact zal hebben op de structuur en kleur van stedelijke cultuur.