Olympisch vuur (1)
Voor het eerst in de geschiedenis werd tijdens de Olympische Spelen van Amsterdam, in 1928, een vlam ontstoken. Het was een idee van architect Jan Wils, die tekende voor het ontwerp van het olympisch stadion. Voor de ingang van het stadion had hij een mooie toren, de Marathontoren, bedacht, met bovenop een schaal voor een vlam, die zou branden zolang de Spelen aan de gang waren. Opmerkelijk genoeg werd deze eerste olympische vlam niet ontstoken door een sportende beroemdheid, maar gewoon door een medewerker van het Amsterdamse gasbedrijf. Pas voor de Spelen van Berlijn in 1936 werd de vlam ontstoken in het Griekse Olympia, de bakermat van de moderne Olympische Spelen, door met spiegels het zonlicht te weerkaatsen op een fakkel. De eerste drager van de olympische vlam werd de Griek Konstantinos Kondylis en via een estafette werd de vlam naar de openingsceremonie in Berlijn gebracht. Daar was de Duitse 1500 meter-kampioen Fritz Schilgen de eerste sporter die het vuur mocht ontsteken. Een olympische traditie was geboren – met dank aan Jan Wils.