Olympisch vuur (2)

Nog steeds is de traditie van het olympisch vuur springlevend. Al maanden voor de openingsceremonie van de Olympische Spelen in Peking ging de vlam op wereldtournee en hij werd overal met alle égards ontvangen. Niet door iedereen overigens, want op vele plaatsen gebruikten betogers de komst van de vlam om te protesteren tegen de Chinese bezetting van Tibet. Vaak probeerden ze daarbij de vlam te doven: de symboliek van het olympisch vuur is onverminderd sterk. Tijdens de Spelen wordt het olympisch vuurtje ook in Amsterdam weer aangewakkerd, letterlijk zelfs. Zodra een Nederlandse atleet in Peking een medaille wint, zal het vuur voor even terugkeren in de schaal op de Marathontoren. De opdracht daarvoor werd, net als tijdens de Olympische Spelen in Sydney, gegeven aan vuurkunstenaar Erik Hobijn: “Je kunt die vlam wel laten branden gedurende de hele Olympische Spelen, maar wij kiezen liever voor kwaliteit boven kwantiteit. En Amsterdam is een creatieve stad – ‘wij’ hebben het olympisch vuur tenslotte bedacht – dus ik wil er wel iets bijzonders mee doen.” Een beperking voor Hobijns plannen is de oude, betonnen vuurschaal van de Marathontoren. Die kan slechts beperkt tegen hitte. Hobijn: “In 1928 brandde het olympische vuur op veengas, wat we tegenwoordig biogas zouden noemen: gas verkregen door gisting van plantaardig restmateriaal. Dat roette meer dan dat het brandde, de temperatuur werd nooit heel hoog. Dat is nu anders. Wil je nu de hele schaal in lichterlaaie zetten, dan moet er eerst een beschermingslaag tussen. We hebben in 2004 in de gasvlam een vlammenwerper gebouwd die een steekvlam van vijftien meter hoog maakte.” Niet dat Hobijn van plan is om nu weer zo’n groot vuur te maken, zegt hij er snel bij. “Ik vind het een eer om het olympisch vuur weer te laten branden, dus ik ga er iets speciaals van maken. Ik maak een kleine vlam die een vuurring wegschiet. Door de wind zal dat wel een wolk worden, maar als het windstil is, kun je zeker een rookring zien. Die kan mooi wegdrijven: dan weet iedereen dat er een bijzondere prestatie is geleverd.” Wie Hobijns vuurringen wil bewonderen, moet tussen 8 en 24 augustus gaan kijken bij het Olympisch Stadion. En duimen dat de Nederlandse atleten medailles winnen.